Geplaatst op 27 mei 26

De tweetrap:  voorwaardelijk schenken of nalaten

Notarissen krijgen regelmatig de vraag om een tweetrapsregeling op te stellen bij een schenking of testament.

We gaan in deze blog in op de vraag wat een tweetrapsregeling is en waarom je zo’n regeling zou willen maken. Ook een aantal gevolgen die een tweetrapsregeling kan hebben komt aan bod. We beperken ons tot de tweetrap die voor een erfgenaam geldt (een ‘tweetrapsmaking’). Het tweetrapslegaat en de tweetrapsschenking laten we buiten beschouwing.

In een volgende blog komt een aantal andere aspecten van tweetrapsregelingen aan bod.

Wat is een tweetrapsmaking

In een tweetrapsmaking benoemt de testateur (de ‘insteller’) een erfgenaam onder ontbindende voorwaarde (de ‘bezwaarde’) en één of meer erfgenamen onder opschortende voorwaarde (de ‘verwachter’). Deze voorwaarden hebben tot gevolg dat als de bezwaarde overlijdt, de erfenis die de bezwaarde van de insteller heeft gekregen (of het restant hiervan) niet aan de erfgenamen van de bezwaarde toekomt, maar aan de verwachter.

Waarom?

Er zijn twee belangrijke redenen om een tweetrapsmaking in een testament op te nemen:

bescherming van het vermogen of het houden van het vermogen binnen de familie

De wens voor een tweetrapsmaking kan bestaan omdat de insteller niet wil dat het vermogen na het overlijden van de erfgenaam naar díens erfgenamen gaat. Een voorbeeld illustreert dit:

Jules heeft een lieve buur, Bo. Bo heeft een partner en 2 kinderen. Jules heeft geen band met deze partner en kinderen en bovendien heeft de partner van Bo schulden. Jules wil dat Bo erfgenaam wordt, maar wil ook dat het restant van de erfenis bij het overlijden van Bo naar een goed doel gaat. Dit kan met een tweetrapsmaking geregeld worden.

Een ander voorbeeld: de insteller is gescheiden en heeft nog jonge kinderen. Een tweetrapsmaking voorkomt dat de erfenis van de insteller na het overlijden van het kind terecht komt bij de andere ouder van het kind, de ex-partner van de insteller.

fiscaliteit

Er kunnen ook fiscale redenen zijn voor een tweetrapsmaking. Dit speelt bijvoorbeeld als de insteller wil dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van de grote vrijstelling voor de erfbelasting die zijn partner heeft. De partner wordt in het testament tot enig erfgenaam  benoemd en de kinderen tot verwachters. Bij de kinderen wordt de erfbelasting dan pas geheven als de partner is overleden.

Maar let op, in deze situatie leidt de tweetrapsmaking niet altijd tot belastingbesparing. Er kan weliswaar sprake zijn van een lagere belastingdruk bij het eerste overlijden, maar uiteindelijk, als ook de partner is overleden, kan meer erfbelasting betaald zijn dan bij een andere testamentaire regeling.

Er zijn andere situaties waarin de tweetrapsmaking wel een belastingbesparing oplevert. De reden hiervoor is dat de verwachter van de insteller erft en niet van de bezwaarde. Een voorbeeld kan dit verduidelijken:

Anne is ongehuwd en heeft twee jonge kinderen, Maartje en Max. Beide kinderen zijn erfgenaam en er geldt een tweetrapsmaking. Anne overlijdt en de kinderen erven. Helaas overlijdt Maartje kort daarna. Max erft het vermogen van Maartje. Omdat in het testament van Anne een tweetrapsmaking staat, wordt de erfbelasting over het tweetrapsvermogen  berekend tegen het ouder/kind-tarief. Over het eigen vermogen van Maartje moet Max wel het hogere broer/zus-tarief betalen.

Consequenties

Een tweetrapsmaking kan nuttig zijn, maar er zit een aantal haken en ogen aan:

  • de tweetrapsmaking lijkt eenvoudig: de insteller bepaalt dat wat bij het overlijden van de bezwaarde over is van de erfenis, naar de verwachter gaat. Maar de regeling maakt een goede administratie noodzakelijk:
    • bij het overlijden van de insteller moet een boedelbeschrijving gemaakt worden. Hierin staat beschreven welke bezittingen en schulden in de erfenis zitten en wat de waarde hiervan is. De verwachter heeft er recht op om deze boedelbeschrijving te ontvangen;
    • de erfenis moet apart geadministreerd worden van het andere vermogen van de bezwaarde. Bij het overlijden van de bezwaarde moet duidelijk zijn wat naar de verwachter gaat;
    • de bezwaarde moet bijhouden wat er met de erfenis gebeurt. Stel dat de bezwaarde met erfenisgeld een auto koopt, dan gaat deze auto bij het overlijden van de bezwaarde naar de verwachter;
    • in een deel van de literatuur en in de lagere rechtspraak wordt aangenomen dat de verwachter jaarlijks recht heeft op een opgave van wijzigingen in het tweetrapsvermogen. De Hoge Raad heeft zich hierover nog niet uitgesproken;
  • het is belangrijk om bij het opstellen van het testament duidelijke bepalingen op te nemen over bijvoorbeeld:
    • de bevoegdheden van de bezwaarde. Mag de bezwaarde bezittingen verkopen of moet de verwachter daaraan meewerken?
    • mag de bezwaarde de erfenis opmaken of moet eerst het eigen vermogen van de bezwaarde worden aangesproken?
    • wat is het gevolg als de bezwaarde met geld uit de erfenis een eigenwoningschuld aflost? Moet dit bedrag dan direct na het overlijden van de  bezwaarde betaald worden aan de verwachter?  
  • als we kijken naar de situatie van Anne, zou Anne de tweetrapsmaking op een gegeven moment kunnen laten vervallen. Misschien vindt Anne dat als een kind  bijvoorbeeld 30 jaar oud is, dit kind oud en wijs genoeg moet zijn om zelf een goede regeling in een testament te maken. In het testament van de insteller kan dan bepaald worden dat de tweetrap vervalt als het kind een bepaalde leeftijd bereikt;
  • als aandelen in een eigen BV vererven, is het belangrijk de fiscale gevolgen van een tweetrapsmaking goed in kaart te brengen.

Een tweetrapsmaking is een instrument om het vermogen de gewenste kant op te sturen. Het is en blijft maatwerk. Een gedegen advies is van groot belang.

Vereniging van Estate Planners in het Notariaat

Inloggen voor leden